Snoekbaars (Stizostedion luc.)

 
De Snoekbaars is de grootste vis van deze familie, die in de (zoete) Europese wateren voorkomt. Zijn lijf heeft de ideale vorm om snel door het water te gaan.De sterk met tanden bezette bek vertoont aan de punt van de onderkaak twee grote hoektanden.
De rug is grijsgroen en over de zijden lopen 8-12 bruinzwarte strepen, die in vlekken uitlopen. Deze vlekken zijn ook zichtbaar op de staartvin en de beide rugvinnen.De buik is wit, maar wordt in de paaitijd donkerder, vooral bij de mannetjes.
Op de lichtste uren van de dag houdt de Snoekbaars zich schuil in de onderste waterlaag, boven een harde, niet door modder of planten bedekte bodem; 's morgens en tegen de avond komt hij aan de oppervlakte om op jacht te gaan.
De paaitijd is gewoonlijk van april tot mei. Dan graaft het mannetje een nest, dat de vorm van een schotel heeft, met een diameter van 50 cm en een diepte van 5 cm. In dit nest, op kaal geslagen plantenwortels, schiet het wijfje kuit. Het mannetje bewaakt de eitjes tot ze uitkomen. Met heftige bewegingen van zijn vinnen houdt hij ze vrij van modder en belagers. De jonge visjes eten in het begin alleen dierlijk plankton. Zodra ze 3-5 m lang zijn, gaan ze op de jongen van andere vissen jagen.
Volwassen snoekbaarzen eten uitsluitend vissen die van weinig waarde voor de economie zijn. Ze leven in kleine scholen en houden zich vrij ver van de oevers op.Een snoekbaars wordt 10-15 jaar oud, bij uitzondering 20. Het is een van de meest waardevolle zoetwatervissen van Europa. Het vlees is van uitstekende kwaliteit en smaakt voortreffelijk. Omdat deze vis veeleisend is wat het zuurstofgehalte en de reinheid van het water betreft, kan hij zich op veel plekken niet meer spontaan voortplanten. Om het bestand op peil te houden, zet men pootvissen uit, die in halve of hele gevangenschap gekweekt zijn.
Lengte: 80-100 cm, maximaal 130 cm.
Gewicht: 12-15 kg, maximaal 18 kg.
Zijn volledigelatijnse naam is Stizostedion lucioperca
Verspreiding:
Van oorsprong van het Aralmeer tot het stroomgebied van de Elbe, met inbegrip van het zuiden van ScandinaviŽ en een deel van de Balkan. Uitgezet in een groot deel van West-Europa en in de Verenigde Staten. Leeft in diep, stromend of stilstaand water en in de baaien van de Zwarte Zee, de zee van Azov, het Aralmeer en de Kaspische Zee.