Giebel (Carassius Gibelio)

 
De giebel (Carassius gibelio ) is de oorspronkelijke goudvis. Deze exoot, die oorspronkelijk uit AziŽ komt, komt voor in het zoete water van de Benelux. De giebel wordt ook wel "wilde goudvis" of "witte goudvis" genoemd. Inmiddels wordt de giebel algemeen als een aparte soort gezien.

De meeste giebels die in Nederland worden gevangen hebben een grijsgroene kleur. Ook hebben ze een vrij puntige wat naar boven geknikte kop. Ook exemplaren zonder deze typische kenmerken worden gevangen. Giebels zijn goed te onderscheiden van kroeskarpers door het kleinere aantal schubben op de zijlijn(28-31 tegen 33-36). Ook hebben kroeskarpers bolle vinnen en een ronde bek. Bij kleine exemplaren is het onderscheid ook makkelijk doordat alleen kroeskarpertjes een zwarte vlek bij de staartbasis hebben. De algemene lichaamsvorm is ook meer spoelvormig dan schijfvormig zoals bij kroeskarper.

Ze zijn goed te onderscheiden van karpers door het ontbreken van baarddraden. Dit is echter niet altijd makkelijk te zien bij kleine exemplaren. Karpers hebben ook veel meer schubben langs de zijlijn (33-40).
De giebel is een triploide vruchtbare vis. Hierdoor kunnen eitjes die niet bevrucht zijn opgroeien tot wat effectief een kloon is van de moeder. Mogelijk is het voorkomen van verschillende klonen de oorzaak van plaatselijke typen van de giebel. Een vrouwtjesgiebel legt gemiddeld 268.000 eitjes, meerdere keren per jaar. De giebel kan meerdere keren per jaar paren waardoor de druk op voedsel en ruimte enorm kan zijn.
De giebel is een grondelaar, daardoor draagt hij bij tot de vertroebeling van het water. Het is een alleseter, hij eet zowel insecten als plantaardig materiaal. De giebel is een vis die tolerant is voor vervuild water; het is vaak een van de laatste vissoorten die in vervuild water gevonden wordt. Vaak komt de giebel ook voor in geÔsoleerde waters. Dit zijn waarschijnlijk afstammelingen van uitgezette goudvissen die hun gouden kleur verloren hebben. De giebel komt vaak voor in wateren met kleiige of zandige bodem, terwijl de kroeskarper meer gevonden wordt in plantenrijke wateren met een zachte veenbodem.